|
De schol is onder de platvissen te herkennen aan aan de helder oranje of rode ronde vlekken op de donkergroene of bruinachtig gekleurde bovenzijde. De onderkant van de vis is wit. De zijstreep en de bases van de zijvinnen voelen glad aan. Van de ogen loopt een kam van 4-7 beendoorns naar de zijlijn, die boven de borstvin licht gebogen is.
Het is een bodemvis die vanaf het strand tot 200 m diep. Volwassen dieren komen vooral voor in water van 10-15 m diep; jonge dieren voornamelijk in ondieper water. Op de Doggersbank komen de oudste en grootste exemplaren voor. Schol kan 25-30 jaar oud worden en een maximale lengte bereiken van ongeveer een meter. Slechts een klein percentage haalt dit. De meeste scholletjes worden in hun eerste jaar opgegeten door roofvissen en vogels. Grotere schollen worden ook door de mens opgevist.
Wanneer de mannetjes 4 jaar en de vrouwtjes 6 jaar oud zijn, zijn ze vruchtbaar. Schollen paaien in de zuidelijke Noordzee van december tot maart. Hier leggen de vrouwtjes afhankelijk van hun leeftijd en conditie 50.000 tot wel een half miljoen eieren. De eitjes drijven los in het water en worden daar door de mannetjes bevrucht. De eitjes worden met de waterstroming naar de kustzone gevoerd. Na 2 of 3 weken komen de larven uit. Jonge scholletjes worden geboren in de Noordzee, maar brengen hun eerste levensjaren door in de Waddenzee en het aangrenzende kustgebied. De larven leven pelagisch (in de waterkolom, niet op de bodem) en eten kleine larfjes van bijvoorbeeld slakken en wormen.
De kleine larven zien er uit als gewone visjes, vergelijkbaar met jonge haringen ofzo. Maar na 1 of 2 maanden wanneer de beestjes 12 tot 14 mm groot zijn, gebeurt er iets vreemds. Hun linkeroog verhuist over de bovenzijde van de kop naar de andere zijde, de kop verdraait ten opzichte van het lichaam, de bek gaat scheef zitten en rug- en buikvinnen groeien door tot aan de kop. De jonge vissen zwemmen vanaf nu op hun linkerkant. De bovenkant van de schol, waar de ogen zitten, is dus eigenlijk hun rechterkant. Vanaf dit moment leven ze als bodemvissen.
Schollen paaien in diep water op zee. De verschillende scholstanden bezoeken ieder een eigen paaigebied. Zo starten de meest zuidelijke schollen eind november in Het Kanaal en trekken de Deense en Schotse schol half maart naar hun noordelijke gronden.
De schol is niet erg kieskeurig en doet zich tegoed aan weekdieren, kreeftachtigen, stekelhuidigen en wormen. Verder eet hij een vissoort: de zandspiering. Het is een typische dageter.
|