Nederlandse Federatie van Brandingwatersportverenigingen

Home   Zeilen    Bootvissen    Strandvissen    Veiligheid

HEEK

HEEK (Merluccius merluccius)
Locaal ook mooie meid genoemd
Lengte: ca. 1 meter

Grote langgerekte vis met twee rugvinnen, de eerste hoog en puntig, de tweede lang en laag; aarsvin lijkt op tweede rugvin. Grote bek met grote, scharnierende tanden; binnenkant bek is donker. Rug grijs of blauw, flanken en buik lichter. 

Heken foerageren 's nachts in de Middelste waterlagen en keren overdag terug naar de bodem. Ze eten vooral vis. Belangrijkste paaigronden ten westen en zuidwesten van de Britse eilanden; jongen drijven op de zeestromingen naar de kustwateren. 

Verspreiding noordelijk deel van de Atlantische Oceaan, van Noor-Noorwegen en IJsland via Noordzee en de westkusten van de Britse eilanden tot aan de Middellandse zee. 's Winters op een diepte van 150-550 m, 's zomers minder diep.

Wordt meestal 30 à 60 cm lang en kan tot 1,8 meter lengte bereiken. Hij lijkt zeer sterk op de kabeljauw-
achtigen, maar behoort er biologisch niet toe. Heek is een zeer belangrijke vis voor het mediterrane gebied (merluza) maar wordt ook door onze vissers vrijwel het ganse jaar aangevoerd.

Jaagt op wijtingachtigen. Komt voor in het diepere gedeelte van de Atlantische Oceaan. Wordt veel gegeten in Noord-Amerika, Spanje en Portugal. Prima consumptievis. In gedroogde vorm ook bekend als stokvis.