|
Voorkomen: eerste rugvin groot. Zijlijn met grote gekielde schubben. Duidelijke zwarte vlek op kieuwdeksel. Pelagische scholenvis die vooral in kustwateren voorkomt. In het noordelijke deel van het verspreidingsgebied komen twee populaties voor; de westelijke en de Noordzee populatie. De westelijke populatie paait in het vroege najaar in een uitgestrekt gebied tussen Ierland en de Golf van Biskaje en trekt erna noord - en oostwaarts naar Zuid - Noorwegen en de noordelijke Noordzee. De Noordzee populatie paait 's zomers in de zuidelijke Noordzee en trekt vervolgens naar de centrale Noordzee, het Skagerrak en het Kattegat.
Hoofdvoedsel: kreeftachtigen, kleine vis en weekdieren.
Vrouwtjes leggen tot 140.000 pelagische eieren waaruit 5 mm lange larven komen. Deze houden zich vaak schuil onder kwallen en voeden zich met plankton, maar eten ook de armen en ovaria van de kwal. Ze worden geslachtsrijp op een leeftijd van 3-4 jaar bij een lengte van ca. 25 cm.
Horsmakreel is de laatste jaren steeds belangrijker geworden voor commerciële Europese visserij. In de jaren negentig werd jaarlijks ongeveer 500.000 ton gevangen. De in de Noordzee gevangen horsmakreel wordt vooral tot vismeel verwerkt, maar in Zuid - Europa ook vers, gerookt en ingeblikt verkocht. Komt vooral in het voorjaar en begin van de zomer in kleine scholen langs onze kust.
|