Nederlandse Federatie van Brandingwatersportverenigingen

Home   Zeilen    Bootvissen    Strandvissen    Veiligheid

MAKREEL

MAKREEL (Scomber scombrus)
Lengte: ca 30 cm

De makreel bezit de typische kenmerken van de tonijnachtigen: een rond en langwerpig lichaam, twee rugvinnen en een aantal kleine vinnen, die van de achterste rugvin en de anaalvin naar de staart lopen. De staart is halvemaanvormig en heeft een klein kieltje aan de basis van iedere vinlob, maar geen kiel aan de zijkanten van het lichaam voor de staart. Het ontbreken van een zwemblaas is karakteristiek voor de makreel.

Verspreiding: De Noordzee populatie paait in april-juni ten zuiden van de Noorse trog in de centrale Noordzee. Daarna verspreiden de scholen zich over praktisch de gehele Noordzee.

Voedsel: De makreel is een zeer vraatzuchtige vis en voedt zich met organismen die in het plankton voorkomen, kleine kreeftachtigen, garnaalachtigen en vislarven. De volwassen makrelen jagen ook op kleine vis, meestal sprot en jonge haring.

Wat zou er gebeuren wanneer makreel in plaats van drie pond twintig pond zwaar werd? Hijzou een klein bootje voor een flinke tijd op sleeptouw nemen, lijnen en hengels breken en een niet voorbereide Noordzeevisser de schrik van zijn leven bezorgen.

Het gekke is dat ze wel degelijk bestaan, dit soort reuzemakrelen. Alleen heten ze dan bonito, albacore of tonijn en zwemmen ze jammer genoeg niet daar waar wij ter makreelvangst gaan.

De makreel is een opvallende vissoort. Niet alleen door zijn vraatzucht, maar ook door de prachtige groenblauwe rug die wordt onderbroken door donkere golvende lijnen. Typerend voor de makreel zijn ook de 5 tot 6 bijvinnetjes tussen de achterste rugvin en staartvin. Deze gestreepte rover leeft in grote scholen, die soms afmetingen van 100 bij 200 meter kunnen bereiken. Makreel komt algemeen voor in de Atlantische Oceaan, de Noord- en Oostzee en de Middellandse Zee. Het is een vis die vooral in de warmere maanden actief is. In het koude jaargetijde overwintert onze makreel in de Noordzee en het Skagerrak. In grote groepen bevinden ze zich in de buurt van de bodem en eten weinig. Als het voorjaar aanbreekt en de watertemperatuur stijgt, worden ze hongerig en storten ze zich op dierlijk plankton en kuit van andere vissoorten.

Ze zwemmen daarbij met geopende bek door de wolken plankton en filteren de kleine kreeftjes, slakjes e.d. uit het water met hun kieuwzeef. Naarmate de watertemperatuur verder stijgt, trekken ze richting kust. In april-mei wordt er gepaaid bij watertemperaturen tussen de 11 en 15 graden. De makreel paait in de centrale Noordzee en langs de zuidkust van Ierland. De eitjes zweven in het water en de larven groeien binnen een jaar uit tot vissen van ruim 20 cm.

Na de paai worden de scholen wat kleiner en wordt er overgeschakeld op prooivis. Vooral zandspiering, bliek [= jonge haring] en sprot staan op de menukaart. Scholen van deze prooivissen worden omsingeld en met enorm veel kabaal in zeer korte tijd gehalveerd. De belaagde prooi kan meestal nog maar één kant op, de lucht in, en dat hebben de meeuwen en sterntjes weer snel in de smiezen. Krijsende, maar vooral duikende vogels zijn een duidelijk signaal dat er een meute makreel aan het jagen is.

Niet alleen is het vlees van een makreel baggervet, het spierweefsel is ook opvallend rood gekleurd. Hierdoor heeft de makreel, net als zijn grote neef de tonijn, een fantastisch uithoudingsvermogen en is daardoor in staat prooi lang en hardnekkig te achtervolgen. Een nadeel hiervan is dat de zuurstof behoefte relatief hoog is; een makreel die niet zwemt, legt in korte tijd dan ook het loodje. Opmerkelijk is verder het ontbreken van een zwemblaas. Het grote voordeel hiervan is dat een makreel, zonder last te krijgen van een 'opgeblazen' blaas, snel een andere waterdiepte kan opzoeken. Makkelijk als je wordt achtervolgd door een grotere en nog hongeriger vis. Vanwege het rode spierweefsel is de makreel ook een vis die aan de hengel van wanten weet. In verhouding tot zijn formaat is het waarschijnlijk één van de sterkste sportvissen. Best wel jammer dat ze niet groter dan 60 cm worden. Het zou anders de ultieme sportvis van de Noordzee zijn! Toch geeft het formaat makreel dat we meestal vangen - vissen van 30 tot 40 cm - aan het juiste materiaal fantastische sport. Een makreel van een pond is namelijk sterker dan zijn veel groter groeiende neef, de tonijn, van hetzelfde gewicht. Daarom is het ondanks dat geringe formaat een mieterse vechtersbaas, die voor de meest spectaculaire aanbeten zorgt. Voor de makreel geldt sinds kort geen wettelijke minimummaat. Culinair gezien is de makreel een hoogstandje.