De ponen worden gekenmerkt door een merkwaardige met beenplaten beklede kop. De borstvinnen hebben ieder drie losse vinstralen, die kunnen worden vergeleken met onze vingers. Ze hebben namelijk dezelfde functie als de kindraden van andere vissen: het betasten van de bodem om er prooien als krabben en garnelen -die zich in het zand ingraven- mee te vinden. In de toppen bevinden zich zintuigcellen.
RODE POON (Trigia lucerna) Maximale lengte 70 cm Ook genoemd: grote poon, hofdiender, knorhaan, laurenskop, poon, roodbaartje, rozet, zeehaan, zeepost, zeezwaluw
De rode poon is de grootste poon-soort die in de Noordzee voorkomt: hij kan 75 cm lang worden. Het is een bodemvis die hoofdzakelijk leeft van krabben, garnalen en kreeftjes, maar ook wormen en weekdieren lust. Volwassen rode ponen eten platvis. Rode ponen overwinteren in warm zeewater: van de Marokkaanse kust tot het Kanaal. In het voorjaar trekt deze vis naar noordelijker wateren tot aan de poolcirkel, en ook de Noordzee in. Rode poon wordt veel meegevangen bij de visserij op platvis, en brengt een goede prijs op.
Rode poon paait van mei tot oktober in water tussen 20 en 150 meter diep.
Ze zijn voor de sportvisserij van weinig betekenis. Ze leven namelijk in water dat aanmerkelijk dieper is dan onze kustwateren.
Verdere poonsoorten:
GRAUWE POON (Trigia gurnardus) Maxmale lengte: 40 cm De kleur varieert van leigrijs tot grijsachtig bruin met een zweempje rood en witte vlekjes op de rug. De onderzijde is cremekleurig.
ENGELSE POON Maximale lengte: 30-40 cm Kleur: dieprood, de basis van de anaalvin is wit.
GESTREEPTE POON Maximale lengte: 40 cm Dofrood van kleur. Hij dankt zijn naam aan de strepen die dwars over zijn lichaam lopen.