Nederlandse Federatie van Brandingwatersportverenigingen

Home   Zeilen    Bootvissen    Strandvissen    Veiligheid

SPIERING

Spiering (Osmerus eperlanus)
Lengte: 16-18 cm, maximaal 25 cm.

Zijlijn incompleet, reikt niet voorbij borstvin. Een of meer grote keeltanden. Ongeveer 80 schubben op zijlijn. Ruikt naar komkommer .

De spiering leeft langs de kusten van Frankrijk en in de Noordzee en de Oostzee. In Noord-Amerika leeft langs de kusten een ondersoort. Er bestaan ook soorten die altijd in zoet water vertoeven, in rivieren en (stuw)meren, o.a het IJsselmeer, komt de spiering erg veel voor. Hij komt vooral voor in brak water. 

De spiering uit het brakke water trekt in het voorjaar -(maart - mei) naar het zoete water (rivieropwaarts) om te paaien. De eitjes worden afgezet op stenen en andere oneffenheden op de bodem. De jongen trekken weer terug naar naar hetr brakke gebied en groeien daar op. Het voedsel van spiering is gedurende het eerste jaar hetzelfde als voor vrijwel alle jonge vis: dierlijk plankton (watervlooien). Maar vanafeen lengte van 8 - 10 cm is het een volslagen kannibaal en bestaat het voedsel voornamelijk uit een jaar jongere spiering.

Deze vis wordt gevangen met kieuwnet, sleepnet en fuik. 
In verse vorm is spiering het beste te verkrijgen in de maanden juli tot november.