Nederlandse Federatie van Brandingwatersportverenigingen

Home   Zeilen    Bootvissen    Strandvissen    Veiligheid

TARBOT

TARBOT (Scophthalmus maximus)
Lengte: 50 - 80 cm, max. 1 meter
Gewicht: 2 - 12 kg, max. 25 kilo

Daar is een boek over te schrijven: 'King Of The See', 'Tournedos van de Zee', 'De Keizer onder Vissen'. Dit zijn zomaar een paar benamingen voor deze prachtige (plat)vis. Hij past zijn kleur aan de zeebodem aan. In het najaar en de winter op z'n lekkerst.

De tarbot heeft een hoog, stevig lijf, dat de vorm heeft van een bijna volmaakte cirkel. De kop is groot.
De rugvin begint op de kop, voor het oog; de eerste vinstralen zijn enkelvoudig. Het lichaam is niet met schubben bedekt. In plaats hiervan zitten er aan de 'oog'zijde (en in mindere mate ook aan de 'blinde' zijde) benen knobbeltjes op de huid, die scherp aanvoelen. De zijlijn is aan beide kanten goed zichtbaar.
Boven de borstvinnen vertoont ze een welving.

De kleur van de vis verschilt sterk, al naar gelang de ondergrond waarop hij rust. De linkerkant is over het algemeen grijsbruin tot olijfkleurig en zit vol donkerbruine vlekjes. De rechterzijde is meestal lichter, zonder pigment.

De tarbot leeft in ondiepe kustwateren, op 80 - 100 meter. Op zijn vijfde wordt hij geslachtsrijp. Het paaien gebeurt tussen april en augustus, onder de kust, op een diepte van 10 - 40 meter. In de kuit zitten ontzaglijk veel eitjes. Zolang de larven in het water drijven, zijn ze symmetrisch en hebben ze een zwemblaas.
Wanneer ze een lengte van 2,5 - 3 cm bereikt hebben, veranderen ze van vormen gaan ze een benthaal leven leiden. Jonge tarbotten leven in ondiep water voor de kust en eten ongewervelde bodemdiertjes.

De tarbot is van groot economisch belang, het witte vlees smaakt voortreffelijk.