|
Tong is donkerbruin gekleurd met onregelmatige, donkerder vlekken. Sportvissers kunnen hem het best herkennen aan de tot de rand doorlopende zwarte vlek op de borstvin.
Van nature is tong geen trekvis. Buiten de Noordzee, het Skagerrak en Kattegat komen lokale populaties voor, die kriskras door hun gebied zwemmen, zonder een gericht trekpatroon te vertonen. In de Noordzee trekken tongen in de nazomer naar dieper water en in de winter is er doorgaans weinig tong direct onder de kust of in de zeearmen, omdat het water er dan te koud is. De trek van de tong is van oost naar west en omgekeerd: ze trekt langs de breedtegraad.
Tong paait in ondiep water in mei en juni. In maart zit ze nog in diep water. In april verplaatst de tong zich snel naar de kust, waarbij ze listig gebruik maakt van de zeestromen, s Nachts verlaat ze de bodem, wanneer het getij naar het oosten gericht is en bereikt zelfs het oppervlak (zwemtong), waar de stroomsnelheid groter is. Terwijl vele andere soorten actief trekken, 'lift' de tong passief met de stroom mee.
Het voedsel van de tong bestaat voor een groot deel uit weekdieren en wormen, verder uit kreeftachtigen, stekelhoudigen en zandspiering. Tong gebruikt bij het nachtelijk voedsel zoeken zijn smaakzin, gelokaliseerd in de bobbeltjes (smaakpapillen) aan de onderkant van de bek.
Verwante of vergelijkbare vissoort De tongschar (Steenschol) is ondanks zijn naam eerder verwant aan de schol dan aan de tong. Hij is glad en slijmerig bij aanraking. Komt vooral voorop grindbanken bij de kust op 40-200 meter diep in Noordzee en Atlantische Oceaan.
Waardevolle consumptievis. Meer dan welke vis ook wordt tong in verband gebracht met lekker eten. Van de bij ons komende platvissen heeft de tong dan ook veruit het lekkerste vlees. Minder droog dan d schar, schol en bot, maar evenmin te vet.
|