Nederlandse Federatie van Brandingwatersportverenigingen

Home   Zeilen    Bootvissen    Strandvissen    Veiligheid

ZEEFOREL

ZEEFOREL (Salmo trutta)
Lengte: maximaal 1,40 meter
Gewicht: maximaal 20 kg

Zijn levenscyclus lijkt op veel die van de zalm en ook uiterlijk is de zeeforel zeer moeilijk van een zalm te onderscheiden. De zeeforel is echter te herkennen aan het vetvinnetje tussen rug- en staartvin.

Het gebeurt daarom nogal eens dat grotere exemplaren voor zalm worden aangezien. Zeeforellen zijn echter minder zeldzaam dan zalmen. De zeeforel voedt zich met vlokreeften, insecten, zandspiering, haring en wormen. De (sport)visserij op zeeforel wordt spoedig verboden. Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat deze soort weer meer gaat voorkomen in de rivieren van West-Europa.

De zeeforel staat als kwetsbare diersoort op de Nederlandse Rode Lijst van beschermde zoetwatervissen.

De (sport)visserij op zeeforel is sinds 1 juni 2000 verboden. Gevangen zeeforel moet onmiddelijk weer overboord en mag niet aangeland worden. Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat deze soort weer meer gaat voorkomen in de rivieren van West-Europa. Hoopgevend is wat dit betreft dat langs de grind-oevers van de Sieg, een onbevaarbaar Duits zijriviertje van de Rijn en vanouds een bekend paaigebied van anadrome soorten, al weer enige tijd door zeeforellen wordt gepaaid. Ook de zalm paait sinds 1997 weer in de Sieg.

De zeeforel en de beekforel behoren tot dezelfde soort: Salmo trutta. De ene trekt naar zee (zeeforel) en de beekforel doet dit niet. Voorheen dacht men wel dat het hier twee ondersoorten betrof maar dit blijkt niet het geval te zijn.

Zalm en zeeforel vallen moeilijk van elkaar te onderscheiden. Volgens een vuistregel valt een zalm wel aan zijn staart op te tillen, een zeeforel niet. De staartwortel van zeeforellen is namelijk bijna net zo dik als de staartpunt (en ontglipt dus makkelijk), terwijl de staartwortel van de zalm, omdat die dunner is, juist een mooi handvat vormt.

Het Deense Instituut voor Visserijonderzoek heeft tussen 1994 en 1997 onderzoek gedaan naar het voorkomen en de bevissing op zeeforel in het Deense waddengebied. Uit het onderzoek bleek dat ongeveer 48.000 jonge zeeforellen per jaar tussen de Waddenzee en de rivieren migreren. In ideale omstandigheden zouden dat er 365.000 exemplaren kunnen zijn. Ongeveer 40% van de jonge zeeforellen zijn 'wilde' exemplaren, de andere 60% is gekweekt.

Een onderzoek naar de trekroutes van zeeforellen en zalmen, waarbij in 1996 266 vissen voorzien zijn van een zendertje, heeft uitgewezen dat zeeforellen nog steeds de weg weten te vinden via het IJsselmeer en de IJssel naar hun paaiplaatsen. In 1999 werden er in de IJssel 3 gezenderde zeefollen geteld. Het onderzoek loopt tot 2003 en is in opdracht van RIZA. Overigens zijn tussen 1996 en 1999 van de 266 gezenderde vissen er slechts 69 geteld die bezig waren een rivier op te trekken.

Mannetjesforellen zijn zeer gevoelig voor blootstelling aan het natuurlijke geslachtshormoon oestrogeen. Al bij zeer kleine hoeveelheden leidt blootstelling aan deze stof bij de forellen tot afwijkingen in de ontwikkeling van de geslachtsorganen. In mest en urine zitten kleine hoeveelheden oestrogeen. Vanwege de hoge bevolkingsdichtheid in Nederland en de grote aantallen dieren die in de intensieve veehouderij gehouden worden, is de totale hoeveelheid (natuurlijk) oestrogeen die hier in het oppervlaktewater terecht komt vrij hoog.