Nederlandse Federatie van Brandingwatersportverenigingen

Home   Zeilen    Bootvissen    Strandvissen    Veiligheid

ZEEKAT

ZEEKAT (Sepia officinalis)
Lengte: ca. 30 cm

Grote zeekat (60 cm) aangespoeld
Bron: Haagsche Courant, 13 mei 2005

Op het strand bij de Wassenaarse slag is afgelopen zondag de grootste zeekat ooit aangespoeld. Deze inktvisachtige meet 60 centimeter en is vier kilo zwaar. Wandelaars uit Leiden, die het dier vonden, hebben het zeedier woensdag naar museum Naturalis gebracht.
Direct na hoogwater liet de zee de het mannetjesdier achter op het Wassenaarse strand. Hij bleek in een puike staat, zonder beschadiging die zijn mogelijke doodsoorzaak onthult. Alleen de twee langste van de in totaal tien vangarmen ontbreken. Vreemd is dat niet, want die zijn van nature ook zo kwetsbaar, dat ze al snel na overlijden losraken. In de eerste week van mei arriveren de grootste mannetjes-zeekatten meestal vanuit Het Kanaal voor de paringstrek. Zodra de temperatuur van het water richting tien graden gaat, paren ze en zetten eieren af. Daarna sterven de volwassen dieren. In de Week van de Zee (21 t/m 29 mei) is de grote zeekat op zondag 29 mei te bezichtigen in het Leidse museum.

Zeekatten worden ongeveer 30 cm groot (de tentakels niet meegerekend) en zijn meestal dwarsgestreept (zoals een cyperse kat). De kleur is afhankelijk van de stemming van het dier. Het is de inktvis die bekend is van de rugschilden op het strand, die in de dierenwinkel worden verkocht als 'zeeschuim', bestemd voor kooivogels. De zeekat komt algemeen voor in de Noordzee, tot op een diepte van ongeveer 150 meter. In het voorjaar trekken ze vanuit het Kanaal naar het kustwater om zich daar voort te planten. Na het afzetten van de eieren sterven de volwassen dieren.

Zeekatten zijn kleurkunstenaars. Ze nemen met het grootste gemak de kleur van de omgeving aan, en worden daarom ook wel de 'kameleons van de zee' genoemd. Wetenschappers hebben recent vastgesteld dat zeekatten ook met elkaar communiceren via snelle wisselingen van hun lichaamskleur tijdens gevechten, balts en paring.

Zeekatten jagen op een heel andere manier dan bijvoorbeeld pijlinktvissen. Een zeekat beloert zijn prooi, zwemt vervolgens heel langzaam naar voren en pakt de prooi -bijvoorbeeld een krab, garnaal, slakje of tweekleppige- eerst met beide lange vangarmen op. Alleen als ze op de vlucht slaan zwemmen zeekatten snel achteruit.

Je zou het misschien niet verwachten maar deze inktvissen zijn weekdieren en dus familie van slakken en schelpdieren.

De Zeekat is een tienarmige inktvis en dus geen octopus (achtarmige inktvis). Hij heeft twee hele lange vangarmen en acht kleinere tentakels rondom zijn mond. Mocht de inktvis in een gevecht of op een andere manier een tentakel kwijtraken dan groeit deze vanzelf weer aan.

Zeekatten worden maximaal 3 jaar oud, vrouwtjes worden meestal zelfs niet ouder dan 1 jaar. Ze kunnen inclusief tentakels wel 50 cm lang worden. Meestal echter worden ze niet veel groter dan 30 cm. Het lijf is breed, afgeplat en onder normale omstandigheden bruin-zwart gestreept. Zeekatten kunnen echter razendsnel van kleur(patroon) veranderen. De rand van het lichaam heeft een zoom. Deze kan golvend worden bewogen, waardoor de dieren zich met grote precisie zwevend kunnen voortbewegen.

Zeekatten komen voor in de open Zeeuwse wateren en in de Noordzee tot 150 meter diepte. Hier jagen ze
o.a. op krabben en garnalen, die ze met hun 'papegaaibek' kraken. Een Zeekat jaagt vooral 's nachts. Om te paren zwemmen ze in het voorjaar naar de kustwateren.

Zeekatten verzamelen zich in het voorjaar in de gebieden waar ze geboren zijn. De vrouwtjes wachten hier op een partner. Na de paring, waarbij de Zeekatten elkaar lijken te omhelzen, maken ze honderden eitjes een voor een vast aan een waterplant of een stuk touw. De eitjes zijn zwart gekleurd door de inkt van het vrouwtje. Het langsstromende water zorgt ervoor dat de eitjes genoeg zuurstof krijgen.

In de paartijd zijn de vrouwtjes onverstoorbaar en gaat alle aandacht naar de eitjes. De mannetjes verdedigen het vrouwtje tot ze alle eitjes heeft gelegd en kunnen daarbij erg fel reageren. Vooral wanneer een ander mannetje in de buurt komt. Zou een ander mannetje namelijk met het vrouwtje paren dan loost het vrouwtje de zaadcellen van het eerste mannetje en is hij dus zijn nageslacht kwijt.

Na 8 weken komen de eitjes 's nachts uit. De 1 cm grote jongen zijn al helemaal compleet en kunnen van kleur veranderen, inkt spuiten en vooral maken dat ze wegkomen. Dat is ook wel nodig, want tegen de tijd dat ze geboren worden is de moeder meestal overleden door uitputting en de vader vertrokken naar warmere oorden.

Na een jaar keren de Zeekatten terug naar hun geboortegrond om zelf te paren.

Inktvissen hebben geen rustig leventje in zee. Ze moeten zich snel voortplanten, omdat ze niet zo lang te leven hebben en tussendoor moeten ze ook nog zorgen dat ze niet worden opgegeten. Ze zijn namelijk geliefd voedsel van allerlei roofvissen, dolfijnen en niet te vergeten van de mens.

Zeekatten hebben voor hun eigen bescherming 3 belangrijke eigenschappen:
- ze kunnen met een wolk inkt het zicht van hun belagers vertroebelen en in de tussentijd maken dat ze
  wegkomen;
- ze kunnen zich razendsnel uit de voeten maken met hun 'straalaandrijving'. Via een zogenaamde sifon
  verzamelen ze in een holte van hun lichaam water. Wanneer ze dit er met kracht uitpersen schieten ze als
  een pijl uit een boog naar achteren. De opening van de holte zit namelijk aan de voorkant;
- ze kunnen zich verstoppen in het zand. Zeekatten worden wel de kameleons van de zee genoemd omdat ze
  hun kleur zo goed kunnen aanpassen aan hun omgeving. Ze gebruiken kleursveranderingen niet alleen om
  zich te verstoppen, maar ook om te communiceren met hun soortgenoten.