Nederlandse Federatie van Brandingwatersportverenigingen

Home   Zeilen    Bootvissen    Strandvissen    Veiligheid

ZEEKREEFT

ZEEKREEFT (Homarus gammarus)
Lengte: ca. 350 tot 450 mm, maar ze kunnen meer dan 700 mm lang worden!

De zeekreeft is hoofdzakelijk zwart en blauw met rode antennes.

Deze dieren houden van beschutting en zijn dan ook te vinden op hard substraat zoals dijkverhardingen met voldoende schuilmogelijkheden. Ze leven tot op dieptes van 400 m, maar niet in de getijdenzone.

De zeekreeft komt voor van noord Noorwe-
gen tot Marokko, de Middellandse zee en de Zwarte zee. 

In Nederland in alle kustwateren, tegenwoordig ook weer regelmatig te zien in de Grevelingen.

Door overbevissing was de populatie zodanig uitgedund, dat het vangen niet meer commercieel interessant was. Nu hebben de kreeften zich weer zover hersteld, dat de vangst zich weer loont. De zeekreeft heeft twee verschillende scharen. Eén schaar heeft een soort kiezen waarmee schaaldieren en zee-egels gekraakt worden. De andere, iets kleiner, bezit snijtanden waarmee de prooi in stukjes wordt gesneden. Ze kunnen links- of rechtshandig zijn.

Een kreeft groeit langzaam vooral als de water temperatuur laag is. Bij temperaturen beneden de 5 graden gaat de kreeft niet meer op zoek naar eten. Overdag zit de kreeft verscholen in zijn hol tussen steen of veenblokken. Als de avond is gevallen gaat hij op jacht naar schaaldieren of aas. Kreeften zijn voor duikers 's nachts goed te bewonderen als ze op hun rooftocht vrij over de bodem of rotsblokken scharrelen. Pas bij een ernstige verstoring laten ze zien dat ze met een paar krachtige slagen van hun staart met grote snelheid achteruit kunnen zwemmen. Maar eerst zullen ze proberen om met hun imposante scharen de indringer te verjagen. Als dat is gelukt kan hij zijn scharen weer gebruiken waar ze eigenlijk voor bedoeld zijn, namelijk het het vangen en verorberen van voedsel.
De voorste en grootste scharen zijn ongelijk van vorm en functie. De één is groter dan de andere en dient om b.v. de schelp van de prooi mee te vermorzelen. De andere schaar is kleiner en scherper en daarmee kan de kreeft de prooi in kleine stukjes snijden. Dan zitten er op het 2e en 3e paar poten nog kleine schaartjes die dienen om het voorbewerkte voedsel naar binnen te werken. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit schaaldieren, wormen, en aas.

Pas als het water de behaaglijke temperatuur van 15 graden heeft bereikt zal de kreeft een poging doen om zich voort te planten. Met het zorgen voor nakomelingen maken ze geen haast. Pas als het wijfje ruim 7 jaar is en 25 cm. groot is ze bereid tot paren. Als ze dan aan het einde van de zomer haar door het mannetje bevruchte eieren heeft gelegd, draagt zij die nog ruim 9 maanden met zich mee tussen haar zwempoten onder het achterlijf.
Als de larven uit hun ei kruipen zijn ze ongeveer 10 mm. lang. In 1 jaar en na enkele verschalingen zijn ze tot 3 cm. gegroeid. Naarmate de kreeft groter wordt neemt het aantal verschalingen af. Kreeften eten hun oude afgeworpen schild zelf voor een groot gedeelte weer op als zij net zijn verschaald en wachten totdat hun nieuwe schild weer hard genoeg is. Hierdoor krijgen zij de noodzakelijke kalkhoudende stoffen weer binnen. Vandaar dat je als duiker niet regelmatig oude afgeworpen schilden vindt. De Europese zeekreeft kan de leeftijd van 30 jaar bereiken.

Dat de zeekreeft weer regelmatig te vinden is in de Grevelingen, komt mede doordat vissers ondermaatse exemplaren hier uitzetten.