Nederlandse Federatie van Brandingwatersportverenigingen

Home   Zeilen    Bootvissen    Strandvissen    Veiligheid

N.F.B. WEDSTRIJDBEPALINGEN 2005

voor Zeilevenementen en Verenigingscompetitie. Versie 8.3.

N.B.: De NFB Zeilwedstrijdbepalingen hebben een kleine maar belangrijke wijziging ondervonden.
Sinds dit jaar heeft de Texel Rating commissie voor een aantal boten een alternatief ratingcijfer vastge-
steld voor windsterkte > 4 Bft.
De zeilcommissie is van mening dat deze alternatieve rating in praktijk niet toepasbaar is.
Het aantal wedstrijden waarbij - gedurende de hele wedstrijd en voor een ieder duidelijk waarneembaar – de wind duidelijk onder of boven het gestelde criterium blijft, is op 1 hand te tellen.
Om eindeloze discussies te voorkomen heeft de zeilcommissie besloten geen gebruik te maken van deze additionele rating.
Dit is dan ook in de laatste wijziging van het NFB zeilwedstrijdreglement vastgelegd.

1. Regels
1.1. De wedstrijden zijn onderworpen aan de regels zoals vastgelegd in de Regels voor Wedstrijdzeilen
    (RvW).Als ‘Nationale Autoriteit’ geldt de “Nederlandse Federatie van Brandingwatersportverenigingen".
1.2. De NFB aanvullende wedstrijdbepalingen (AWB) zijn van toepassing, welke per N.F.B. zeilevenement
    dienen te worden opgemaakt en uitgereikt aan de deelnemers.
1.3. De Texel Rating regels zijn, indien nodig voor de scoring, van toepassing. De optionele rating > 4 Bft
    wordt dan echter niet toegepast.

2. Mededelingen aan deelnemers
2.1. Veranderingen in de AWB of het zeilprogramma en alle andere officiële mededelingen, inclusief de tijden
    om zich bij het protestcomité te melden en hun beslissingen, worden gepubliceerd op het mededelingen-
    bord.
2.2. De ligging van het wedstrijdgebied wordt vermeld op het mededelingenbord.
2.3. Inlichtingen over getijden en stromingen worden vermeld op het mededelingenbord.
2.4. Mededelingen, wijzigingen en/of aanvullingen, visueel gedaan vanaf het startschip, zijn bepalend voor
    de betrokken wedstrijd.
2.5. Iedere morgen voor de start van de eerste race kan er een korte briefing gehouden worden.

3. Aanvullende wedstrijdbepalingen (AWB)
3.1. De locatie van het mededelingenbord, de vlaggenmast, de briefing, het wedstrijd- en protestcomité,
    evenals info over het programma van wedstrijden, de volgorde van de startgroepen, de merktekens,
    type baan en een eventueel additionele meldplicht, wordt omschreven in de AWB.

4. Seinen op de wal
4.1. Wanneer de OW vlag (uitstelvlag) op de wal wordt getoond met twee geluidsseinen, wordt ‘1 minuut’
    vervangen door een tijdsperiode, die op het mededelingenbord zal worden vermeld.

5. Programma van wedstrijden
5.1. Het programma van wedstrijden en de manier, waarop eventuele wijzigingen op dit programma kenbaar
    gemaakt worden, zal in de AWB nader omschreven zijn.                    
5.2. Als wedstrijden ‘back to back’ worden verzeild, zal de OW vlag (uitstelvlag) op het water worden
    getoond met één geluidssein op het moment, dat de eerste boot van die wedstrijd finisht en deze vlag
    zal met één geluidssein worden gestreken één (1) minuut vóór het waarschuwingssein van de volgende
    wedstrijd.

6. De baan
6.1. De merktekens worden beschreven in de AWB.
6.2. Indien “driehoeksbanen” gevaren worden, zal de wedstrijdbaan er als volgt uitzien:
    Baan 1: S – A – C – F
    Baan 2: S – A – B – C – F
    Baan 3: S – A – C – A – B – C – F
    Baan 4: S – A – B – C – A – C – F
    Baan 5: S – A – B – C – A – B – C – F
    Baan 6: S – A – C – A – B – C – A – C – F
    Baan 7: S – A – B – C – A – C – A – B – C – F
    Baan 8: S – A – C – A – B – C – A – C – A – B – C – F
6.3. De merktekens dienen aan bakboord gehouden te worden.In geval de merktekens aan stuurboord
    moeten worden gehouden wordt de R vlag op de startboot getoond.
6.4. De te zeilen kompaskoers naar het eerste merkteken zal, wanneer de omstandigheden hierom vragen,
    bij benadering worden aangegeven op de startboot.
6.5. Indien er “gate-banen” gevaren worden, zal de wedstrijdbaan er als volgt uitzien:
    Baan 1: S – A – B – GATE – F
    Baan 2: S – A – B – GATE – A – B – GATE – F
    Baan 3: S – A – B – GATE – A – B – GATE – A – B – GATE – F
    Baan 4: S – A – B – GATE – A – B – GATE – A – B – GATE – A – B – GATE – F
6.6. Bij een ‘gate-baan’ worden de merktekens A en B altijd aan bakboord gehouden.
6.7. Wanneer er een ‘gate’ wordt gebruikt moeten boten tussen de merktekens van de ‘gate’ zeilen vanuit de
    richting van het vorige merkteken en één van de ‘gate’ merktekens ronden of passeren.
6.8. Als slechts één merkteken van de gate aanwezig is, moet deze bakboord gerond of gepasseerd worden.

7. De te zeilen baan
7.1. De te zeilen baan wordt door middel van een bord met een baannummer op de startboot aangegeven.

8. De start
8.1. Wedstrijden zullen worden gestart volgens RvW 26 met het waarschuwingssein 5 minuten voor het
    startsein.
8.2. Indien er meerdere startgroepen zijn, zullen deze worden gestart met intervallen van 5 minuten. De
    startgroepen starten in de volgorde zoals vermeld in de AWB.
8.3. Indien voor alle startgroepen eenzelfde waarschuwingssein (bv. een gele vlag) wordt gebruikt, zal in
    afwijking van RvW 26 het waarschuwingssein voor elke volgende startgroep pas 1 minuut na het
    startsein van de vorige startgroep (dus gelijktijdig met het voorbereidingssein van de volgende
    startgroep) worden gegeven.
8.4. Als voorbereidingssein wordt uitsluitend de I vlag of de zwarte vlag gebruikt.
8.5. De startboot ligt aan stuurboordzijde van de startlijn. De startlijn wordt gevormd door 2 merktekens.
8.6. Het raken van de startboot wordt door het wedstrijdcomité bestraft met een DSQ zonder verhoor. Dit
    verandert RvW 63.1.
8.7. Een boot, die later dan 4 minuten na haar startsein start, zal een DNS scoren. Dit verandert RvW A4.

9. Start na een algemene terugroep
9.1. In geval van een algemene terugroep zal 5 minuten na de oorspronkelijke start een nieuw startsein voor
    dezelfde startgroep gegeven worden. Eén minuut na de algemene terugroep zal de EV wimpel
    vervangen worden door het waarschuwingssein, het voorbereidingssein en een geluidssein. Eén minuut
    vòòr de start zal het voorbereidingssein worden gestreken en wordt een langgerekt geluidssein gege-
    ven. Deze procedure verandert RvW 26, 29.2 en de Wedstrijdseinen.

10. Zwarte vlag procedure
10.1. Tijdens een Zwarte vlag procedure zal het wedstrijdcomité geen zeilnummers tonen. Alleen de eerste 2
     zinnen en de laatste zin van de Zwarte vlag procedure zijn van toepassing. Dit verandert RvW 30.3.

11. Afbreken van een wedstrijd
11.1. Afbreken van de wedstrijd wordt aangekondigd door middel van de vlaggen N boven H met drie
     geluidsseinen. Alle deelnemers zijn verplicht onmiddellijk naar de kant te varen en zich AF TE MELDEN.
     Wanneer de weersomstandigheden te slecht zijn wordt de stormbal gehesen in de vlaggenmast aan de
     wal. Hiermee wordt zee kiezen tot nader order verboden.

12. Inkorten van de baan
12.1. If flag U als vlag U wordt getoond met herhaalde geluidsseinen in de nabijheid van één van de
     merktekens, moeten boten hun aantal te zeilen laps met één (de laatste driehoek of lus) verminderen
     en dan finishen.

13. De finish
13.1. De finishboot ligt aan stuurboordzijde van de finishlijn. De finishlijn wordt gevormd door 2 merktekens.
     De finishlijn mag alleen worden doorvaren om te finishen, anders volgt een DSQ zonder verhoor van het
     wedstrijdcomité.Dit verandert RvW 63.1.
13.2. Het raken van de finishboot wordt door het wedstrijdcomité bestraft met een DSQ zonder verhoor, Dit
     verandert RvW 63.1.

14. Meldplicht
14.1. Indien men zich voor de wedstrijdserie ingeschreven heeft en men start of finisht in één van de
     wedstrijden niet, dan is men verplicht zich binnen de protestperiode af te melden bij het
     wedstrijdcomité. Het niet nakomen van deze bepaling wordt door het wedstrijdcomité bestraft met een
     DNE zonder verhoor voor de betreffende wedstrijd. Dit verandert RvW 63.1
14.2. Deelnemers dienen bij een wedstrijdserie, die over meerdere dagen verspreid is, zich elke wedstrijddag
     voor aanvang van de eerste wedstrijd te melden. Het niet nakomen van deze bepaling wordt bestraft
     met een DNS voor alle op die dag verzeilde wedstrijden.
14.3. Indien het wedstrijdcomité de deelnemers wil verplichten, zich altijd bij het aan wal komen af te
     melden, zal dit in de AWB worden vermeld.

15. Strafsysteem
15.1. De Twee-Ronden Straf volgens RvW 44.1 en 44.2 is van toepassing, met dien verstande, dat maar één
     ronde , inclusief één maal overstag gaan en één gijp, vereist is.

16. Tijdslimiet
16.1. Boten die meer dan 1 uur, nadat de eerste boot van hun startgroep de baan heeft gevaren en is
     gefinisht, finishen, scoren een DNF. Dit verandert RvW 35 en A4.

17. Protesten
17.1. Protesten moeten worden ingediend op formulieren, die bij het wedstrijdbureau verkrijgbaar zijn en
     daar worden ingediend binnen 30 minuten na de finish van de laatste boot van de laatste wedstrijd van
     die dag.Dezelfde protesttijd limiet is van toepassing op alle protesten van het wedstrijdcomité of de
     jury en op verzoeken om verhaal. Dit wijzigt RvW 61.3 en 62.2.
17.2. Mededelingen over protesten zullen binnen 15 minuten na het einde van de protestperiode bekend
     worden gemaakt. Dit om de betrokkenen te informeren over de plaats en tijd van de behandeling van
     protesten waarbij zij als partij of als getuigen zijn betrokken.
17.3. Die getuigen, zo zij er zijn, zullen alleen gehoord worden, als zij zich binnen roepafstand van de locatie
     van het protestcomité bevinden, wanneer het hun betreffende protest behandeld wordt.
17.4. De protestcommissie zal de protesten zo snel mogelijk behandelen, bij voorkeur in de volgorde van
      ontvangst.
17.5. Op de laatste dag van een wedstrijdserie moet een verzoek om heropening worden ingediend niet later
     dan 30 minuten, nadat de partij die om heropening vraagt op de hoogte was gebracht van de beslissing
     op die dag. Dit wijzigt RvW 66.
17.6. Een verzoek om een geschreven beslissing moet schriftelijk worden ingediend binnen een (1) uur, na
     op de hoogte te zijn gebracht van de beslissing. Dit wijzigt RvW 65.2.
17.7. Een boot hoeft, ongeacht haar lengte, geen protestvlag te tonen om een protest kenbaar te maken. Dit
     verandert RvW 61.1a.

18. Hoger beroep
18.1. Aanvragen dienen in overeenstemming met RvW 70.1 binnen 15 dagen na schriftelijke uitspraak van
     het protestcomité bij de Hoger Beroepscommissie te zijn ontvangen per adres secretariaat N.F.B.
18.2. De kosten van een hoger beroep zijn Euro 25,00 en dienen direct bij inzending van de aanvraag contant
     te worden voldaan.
18.3. Bepaalde evenementen kunnen worden uitgesloten van de mogelijkheid tot hoger beroep (aanvulling
     RvW 70.4). Dit is mogelijk indien is voldaan aan de volgende vier voorwaarden:Het protestcomité
     bestaat uit minimaal 3 leden van verschillende NFB verenigingen.Minimaal 1 lid van het protestcomité
     is lid van de NFB Hoger BeroepscommissieDe namen van protestcomitéleden staan in de AWB ge-
     noemd.Het vervallen van de hoger beroepsmogelijkheid is schriftelijk in de vooraankondiging vermeld.

19. Scoring
19.1. Indien in de AWB voor een wedstrijdserie niets is vermeld moeten 3 wedstrijden zijn voltooid om een
     wedstrijdserie geldig te maken en bij 4 of meer voltooide wedstrijden geldt 1 aftrekwedstrijd met de
     slechtste score.
19.2. Wanneer nodig voor de berekening van de wedstrijdresultaten, zal gebruik worden gemaakt van de
     Texel Rating regels. De optionele rating > 4 Bft wordt echter niet toegepast.De voor een boot
     vastgestelde rating geldt voor de gehele wedstrijdserie.
19.3. Boten, die niet op de Texel Rating lijst voorkomen, dienen een geldige meetbrief te overleggen, zoals
     vermeld in de Texel Rating.

20. Veiligheidsvoorschriften
20.1. De bemanning dient een deugdelijk reddingsvest te dragen en een goed werkend kompas aan boord te
     hebben. Het dragen van een wetsuit of droogpak zal, tenzij op het mededelingenbord anders vermeld,
     verplicht zijn. Tevens is per deelnemer een op het lichaam te dragen en goedgekeurd rooksignaal
     verplicht. In afwijking van RvW 27.1 en RvW 40 zal de Y vlag niet getoond worden.
20.2. Zie WB 11 (Afbreken van een wedstrijd) en WB 14 (Meldplicht).
20.3. Een boot of uitrusting kunnen te allen tijde worden gecontroleerd op het voldoen aan de wedstrijd-
     bepalingen.

21. Vervanging van bemanning en uitrusting
21.1. Het is zonder toestemming van het wedstrijdcomité niet toegestaan om tijdens de wedstrijd(serie) de
     bemanning van een ingeschreven boot op één of andere wijze te wijzigen of een andere taak toe te
     delen. De punten worden toegekend aan de stuurman.
21.2. Vervanging van onderdelen (inclusief zeilen) is beperkt tot onderdelen welke niet repareerbaar zijn
      tijdens het evenement, zulks ter beoordeling van het wedstrijdcomité.

22. Afwijzing van aansprakelijkheid
22.1. Deelnemers nemen deel aan de wedstrijd(serie) geheel voor eigen risico. Zie RvW 4 (Besluit om
     wedstrijd te zeilen).De organiserende autoriteit accepteert geen enkele aansprakelijkheid voor
     materiele schade of persoonlijk letsel of dood veroorzaakt in samenhang met of voor, gedurende of na
     de wedstrijd(serie).

23. Verzekering
23.1. Elke deelnemende boot moet verzekerd zijn voor wettelijke aansprakelijkheid met een Noordzee dekking met een minimum bedrag van één miljoen Euro per evenement of het equivalent daarvan.