|
voor Zeilevenementen en Verenigingscompetitie. Versie 8.3.
N.B.: De NFB Zeilwedstrijdbepalingen hebben een kleine maar belangrijke wijziging ondervonden. Sinds dit jaar heeft de Texel Rating commissie voor een aantal boten een alternatief ratingcijfer vastge- steld voor windsterkte > 4 Bft. De zeilcommissie is van mening dat deze alternatieve rating in praktijk niet toepasbaar is. Het aantal wedstrijden waarbij - gedurende de hele wedstrijd en voor een ieder duidelijk waarneembaar – de wind duidelijk onder of boven het gestelde criterium blijft, is op 1 hand te tellen. Om eindeloze discussies te voorkomen heeft de zeilcommissie besloten geen gebruik te maken van deze additionele rating. Dit is dan ook in de laatste wijziging van het NFB zeilwedstrijdreglement vastgelegd.
1. Regels 1.1. De wedstrijden zijn onderworpen aan de regels zoals vastgelegd in de Regels voor Wedstrijdzeilen (RvW).Als ‘Nationale Autoriteit’ geldt de “Nederlandse Federatie van Brandingwatersportverenigingen". 1.2. De NFB aanvullende wedstrijdbepalingen (AWB) zijn van toepassing, welke per N.F.B. zeilevenement dienen te worden opgemaakt en uitgereikt aan de deelnemers. 1.3. De Texel Rating regels zijn, indien nodig voor de scoring, van toepassing. De optionele rating > 4 Bft wordt dan echter niet toegepast.
2. Mededelingen aan deelnemers 2.1. Veranderingen in de AWB of het zeilprogramma en alle andere officiële mededelingen, inclusief de tijden om zich bij het protestcomité te melden en hun beslissingen, worden gepubliceerd op het mededelingen- bord. 2.2. De ligging van het wedstrijdgebied wordt vermeld op het mededelingenbord. 2.3. Inlichtingen over getijden en stromingen worden vermeld op het mededelingenbord. 2.4. Mededelingen, wijzigingen en/of aanvullingen, visueel gedaan vanaf het startschip, zijn bepalend voor de betrokken wedstrijd. 2.5. Iedere morgen voor de start van de eerste race kan er een korte briefing gehouden worden.
3. Aanvullende wedstrijdbepalingen (AWB) 3.1. De locatie van het mededelingenbord, de vlaggenmast, de briefing, het wedstrijd- en protestcomité, evenals info over het programma van wedstrijden, de volgorde van de startgroepen, de merktekens, type baan en een eventueel additionele meldplicht, wordt omschreven in de AWB.
4. Seinen op de wal 4.1. Wanneer de OW vlag (uitstelvlag) op de wal wordt getoond met twee geluidsseinen, wordt ‘1 minuut’ vervangen door een tijdsperiode, die op het mededelingenbord zal worden vermeld.
5. Programma van wedstrijden 5.1. Het programma van wedstrijden en de manier, waarop eventuele wijzigingen op dit programma kenbaar gemaakt worden, zal in de AWB nader omschreven zijn. 5.2. Als wedstrijden ‘back to back’ worden verzeild, zal de OW vlag (uitstelvlag) op het water worden getoond met één geluidssein op het moment, dat de eerste boot van die wedstrijd finisht en deze vlag zal met één geluidssein worden gestreken één (1) minuut vóór het waarschuwingssein van de volgende wedstrijd.
6. De baan 6.1. De merktekens worden beschreven in de AWB. 6.2. Indien “driehoeksbanen” gevaren worden, zal de wedstrijdbaan er als volgt uitzien: Baan 1: S – A – C – F Baan 2: S – A – B – C – F Baan 3: S – A – C – A – B – C – F Baan 4: S – A – B – C – A – C – F Baan 5: S – A – B – C – A – B – C – F Baan 6: S – A – C – A – B – C – A – C – F Baan 7: S – A – B – C – A – C – A – B – C – F Baan 8: S – A – C – A – B – C – A – C – A – B – C – F 6.3. De merktekens dienen aan bakboord gehouden te worden.In geval de merktekens aan stuurboord moeten worden gehouden wordt de R vlag op de startboot getoond. 6.4. De te zeilen kompaskoers naar het eerste merkteken zal, wanneer de omstandigheden hierom vragen, bij benadering worden aangegeven op de startboot. 6.5. Indien er “gate-banen” gevaren worden, zal de wedstrijdbaan er als volgt uitzien: Baan 1: S – A – B – GATE – F Baan 2: S – A – B – GATE – A – B – GATE – F Baan 3: S – A – B – GATE – A – B – GATE – A – B – GATE – F Baan 4: S – A – B – GATE – A – B – GATE – A – B – GATE – A – B – GATE – F 6.6. Bij een ‘gate-baan’ worden de merktekens A en B altijd aan bakboord gehouden. 6.7. Wanneer er een ‘gate’ wordt gebruikt moeten boten tussen de merktekens van de ‘gate’ zeilen vanuit de richting van het vorige merkteken en één van de ‘gate’ merktekens ronden of passeren. 6.8. Als slechts één merkteken van de gate aanwezig is, moet deze bakboord gerond of gepasseerd worden.
7. De te zeilen baan 7.1. De te zeilen baan wordt door middel van een bord met een baannummer op de startboot aangegeven.
8. De start 8.1. Wedstrijden zullen worden gestart volgens RvW 26 met het waarschuwingssein 5 minuten voor het startsein. 8.2. Indien er meerdere startgroepen zijn, zullen deze worden gestart met intervallen van 5 minuten. De startgroepen starten in de volgorde zoals vermeld in de AWB. 8.3. Indien voor alle startgroepen eenzelfde waarschuwingssein (bv. een gele vlag) wordt gebruikt, zal in afwijking van RvW 26 het waarschuwingssein voor elke volgende startgroep pas 1 minuut na het startsein van de vorige startgroep (dus gelijktijdig met het voorbereidingssein van de volgende startgroep) worden gegeven. 8.4. Als voorbereidingssein wordt uitsluitend de I vlag of de zwarte vlag gebruikt. 8.5. De startboot ligt aan stuurboordzijde van de startlijn. De startlijn wordt gevormd door 2 merktekens. 8.6. Het raken van de startboot wordt door het wedstrijdcomité bestraft met een DSQ zonder verhoor. Dit verandert RvW 63.1. 8.7. Een boot, die later dan 4 minuten na haar startsein start, zal een DNS scoren. Dit verandert RvW A4.
9. Start na een algemene terugroep 9.1. In geval van een algemene terugroep zal 5 minuten na de oorspronkelijke start een nieuw startsein voor dezelfde startgroep gegeven worden. Eén minuut na de algemene terugroep zal de EV wimpel vervangen worden door het waarschuwingssein, het voorbereidingssein en een geluidssein. Eén minuut vòòr de start zal het voorbereidingssein worden gestreken en wordt een langgerekt geluidssein gege- ven. Deze procedure verandert RvW 26, 29.2 en de Wedstrijdseinen.
10. Zwarte vlag procedure 10.1. Tijdens een Zwarte vlag procedure zal het wedstrijdcomité geen zeilnummers tonen. Alleen de eerste 2 zinnen en de laatste zin van de Zwarte vlag procedure zijn van toepassing. Dit verandert RvW 30.3.
11. Afbreken van een wedstrijd 11.1. Afbreken van de wedstrijd wordt aangekondigd door middel van de vlaggen N boven H met drie geluidsseinen. Alle deelnemers zijn verplicht onmiddellijk naar de kant te varen en zich AF TE MELDEN. Wanneer de weersomstandigheden te slecht zijn wordt de stormbal gehesen in de vlaggenmast aan de wal. Hiermee wordt zee kiezen tot nader order verboden.
12. Inkorten van de baan 12.1. If flag U als vlag U wordt getoond met herhaalde geluidsseinen in de nabijheid van één van de merktekens, moeten boten hun aantal te zeilen laps met één (de laatste driehoek of lus) verminderen en dan finishen.
13. De finish 13.1. De finishboot ligt aan stuurboordzijde van de finishlijn. De finishlijn wordt gevormd door 2 merktekens. De finishlijn mag alleen worden doorvaren om te finishen, anders volgt een DSQ zonder verhoor van het wedstrijdcomité.Dit verandert RvW 63.1. 13.2. Het raken van de finishboot wordt door het wedstrijdcomité bestraft met een DSQ zonder verhoor, Dit verandert RvW 63.1.
14. Meldplicht 14.1. Indien men zich voor de wedstrijdserie ingeschreven heeft en men start of finisht in één van de wedstrijden niet, dan is men verplicht zich binnen de protestperiode af te melden bij het wedstrijdcomité. Het niet nakomen van deze bepaling wordt door het wedstrijdcomité bestraft met een DNE zonder verhoor voor de betreffende wedstrijd. Dit verandert RvW 63.1 14.2. Deelnemers dienen bij een wedstrijdserie, die over meerdere dagen verspreid is, zich elke wedstrijddag voor aanvang van de eerste wedstrijd te melden. Het niet nakomen van deze bepaling wordt bestraft met een DNS voor alle op die dag verzeilde wedstrijden. 14.3. Indien het wedstrijdcomité de deelnemers wil verplichten, zich altijd bij het aan wal komen af te melden, zal dit in de AWB worden vermeld.
15. Strafsysteem 15.1. De Twee-Ronden Straf volgens RvW 44.1 en 44.2 is van toepassing, met dien verstande, dat maar één ronde , inclusief één maal overstag gaan en één gijp, vereist is.
16. Tijdslimiet 16.1. Boten die meer dan 1 uur, nadat de eerste boot van hun startgroep de baan heeft gevaren en is gefinisht, finishen, scoren een DNF. Dit verandert RvW 35 en A4.
17. Protesten 17.1. Protesten moeten worden ingediend op formulieren, die bij het wedstrijdbureau verkrijgbaar zijn en daar worden ingediend binnen 30 minuten na de finish van de laatste boot van de laatste wedstrijd van die dag.Dezelfde protesttijd limiet is van toepassing op alle protesten van het wedstrijdcomité of de jury en op verzoeken om verhaal. Dit wijzigt RvW 61.3 en 62.2. 17.2. Mededelingen over protesten zullen binnen 15 minuten na het einde van de protestperiode bekend worden gemaakt. Dit om de betrokkenen te informeren over de plaats en tijd van de behandeling van protesten waarbij zij als partij of als getuigen zijn betrokken. 17.3. Die getuigen, zo zij er zijn, zullen alleen gehoord worden, als zij zich binnen roepafstand van de locatie van het protestcomité bevinden, wanneer het hun betreffende protest behandeld wordt. 17.4. De protestcommissie zal de protesten zo snel mogelijk behandelen, bij voorkeur in de volgorde van ontvangst. 17.5. Op de laatste dag van een wedstrijdserie moet een verzoek om heropening worden ingediend niet later dan 30 minuten, nadat de partij die om heropening vraagt op de hoogte was gebracht van de beslissing op die dag. Dit wijzigt RvW 66. 17.6. Een verzoek om een geschreven beslissing moet schriftelijk worden ingediend binnen een (1) uur, na op de hoogte te zijn gebracht van de beslissing. Dit wijzigt RvW 65.2. 17.7. Een boot hoeft, ongeacht haar lengte, geen protestvlag te tonen om een protest kenbaar te maken. Dit verandert RvW 61.1a.
18. Hoger beroep 18.1. Aanvragen dienen in overeenstemming met RvW 70.1 binnen 15 dagen na schriftelijke uitspraak van het protestcomité bij de Hoger Beroepscommissie te zijn ontvangen per adres secretariaat N.F.B. 18.2. De kosten van een hoger beroep zijn Euro 25,00 en dienen direct bij inzending van de aanvraag contant te worden voldaan. 18.3. Bepaalde evenementen kunnen worden uitgesloten van de mogelijkheid tot hoger beroep (aanvulling RvW 70.4). Dit is mogelijk indien is voldaan aan de volgende vier voorwaarden:Het protestcomité bestaat uit minimaal 3 leden van verschillende NFB verenigingen.Minimaal 1 lid van het protestcomité is lid van de NFB Hoger BeroepscommissieDe namen van protestcomitéleden staan in de AWB ge- noemd.Het vervallen van de hoger beroepsmogelijkheid is schriftelijk in de vooraankondiging vermeld.
19. Scoring 19.1. Indien in de AWB voor een wedstrijdserie niets is vermeld moeten 3 wedstrijden zijn voltooid om een wedstrijdserie geldig te maken en bij 4 of meer voltooide wedstrijden geldt 1 aftrekwedstrijd met de slechtste score. 19.2. Wanneer nodig voor de berekening van de wedstrijdresultaten, zal gebruik worden gemaakt van de Texel Rating regels. De optionele rating > 4 Bft wordt echter niet toegepast.De voor een boot vastgestelde rating geldt voor de gehele wedstrijdserie. 19.3. Boten, die niet op de Texel Rating lijst voorkomen, dienen een geldige meetbrief te overleggen, zoals vermeld in de Texel Rating.
20. Veiligheidsvoorschriften 20.1. De bemanning dient een deugdelijk reddingsvest te dragen en een goed werkend kompas aan boord te hebben. Het dragen van een wetsuit of droogpak zal, tenzij op het mededelingenbord anders vermeld, verplicht zijn. Tevens is per deelnemer een op het lichaam te dragen en goedgekeurd rooksignaal verplicht. In afwijking van RvW 27.1 en RvW 40 zal de Y vlag niet getoond worden. 20.2. Zie WB 11 (Afbreken van een wedstrijd) en WB 14 (Meldplicht). 20.3. Een boot of uitrusting kunnen te allen tijde worden gecontroleerd op het voldoen aan de wedstrijd- bepalingen.
21. Vervanging van bemanning en uitrusting 21.1. Het is zonder toestemming van het wedstrijdcomité niet toegestaan om tijdens de wedstrijd(serie) de bemanning van een ingeschreven boot op één of andere wijze te wijzigen of een andere taak toe te delen. De punten worden toegekend aan de stuurman. 21.2. Vervanging van onderdelen (inclusief zeilen) is beperkt tot onderdelen welke niet repareerbaar zijn tijdens het evenement, zulks ter beoordeling van het wedstrijdcomité.
22. Afwijzing van aansprakelijkheid 22.1. Deelnemers nemen deel aan de wedstrijd(serie) geheel voor eigen risico. Zie RvW 4 (Besluit om wedstrijd te zeilen).De organiserende autoriteit accepteert geen enkele aansprakelijkheid voor materiele schade of persoonlijk letsel of dood veroorzaakt in samenhang met of voor, gedurende of na de wedstrijd(serie).
23. Verzekering 23.1. Elke deelnemende boot moet verzekerd zijn voor wettelijke aansprakelijkheid met een Noordzee dekking met een minimum bedrag van één miljoen Euro per evenement of het equivalent daarvan.
|